Veelgestelde vragen - 3 modellen
Zakendoen in het buitenland vereist een gespecialiseerde aanpak voor risicobeheer, aangezien elk land unieke wettelijke eisen stelt.
Afhankelijk van de geldende wetgeving in de landen met een vestiging, zijn er drie hoofdstructuren mogelijk voor een internationaal verzekeringsprogramma.
Dit model is van toepassing op vestigingen binnen de Europese Economische Ruimte (EER), waaronder de Europese Unie, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.
Kenmerk: Lokale vestigingen kunnen worden meeverzekerd op de polis van de Nederlandse moedermaatschappij.
Procedure: Er is géén lokale polisafgifte nodig. De verzekeraar draagt de Europese assurantiebelasting af.
Aandachtspunt: Ondanks de FOS-regeling kan in bepaalde landen de verplichting bestaan om lokaal een basisverzekering af te sluiten.
Dit is van toepassing op bepaalde landen buiten de EER waar de lokale wetgeving flexibeler is ten aanzien van grensoverschrijdende verzekeringen.
Kenmerk: Het lokale risico kan worden gedekt onder de centrale, Nederlandse polis.
Procedure: Afgifte van een lokale polis is niet vereist.
Voorbeelden: Australië, Singapore en de Verenigde Staten vallen vaak onder dit regime.
Dit model geldt in landen met een strikte lokale toezichtwetgeving.
Kenmerk: Het is wettelijk verplicht om lokaal een polis af te geven. Het is niet toegestaan het risico te verzekeren op de centrale polis in Nederland.
Procedure: De verzekeraar geeft via een lokale partner (zoals een UNiBA-makelaar) een polis af die volledig voldoet aan de lokale wet- en regelgeving.
Voorbeelden: Dit geldt onder andere voor Brazilië, Rusland, India, China, Japan en Zwitserland.
Ieder zijn vak, onze expertise is die van internationaal verzekeren
Werkt u internationaal en wilt u ook internationaal verzekeren? En op een manier die compliant is? Bekijk onze WhitePapers en leer hoe u binnen enkele stappen internationaal kunt verzekeren.